- Er is sprake van een remmer tegen één of meerdere stollingsfactoren of tegen bestandsdelen van de aPTT


Een mengproef wordt ingezet nadat een onverklaarde verlenging van de geactiveerde partiële tromboplastinetijd (aPTT) gevonden wordt. De test toont aan of sprake is van een absoluut tekort (deficiëntie) of een remmer van stollingsfactoren uit de intrinsieke stollingsroute. De meeste laboratoria geven een interpretatie bij de uitslag.
Zie oorzaken aPTT en/of PT
Het resultaat van een aPTT mengproef is meestal een beschrijvende, waarmee wordt aangeduid of het resultaat duidt op een deficiëntie of een (tijdsafhankelijke) remmer.
Bij de aPTT mengproef wordt het plasma van de patiënt in principe 1+1 verdund met normaal plasma, daarna wordt (direct of na 2 uur incubatie) een reguliere aPTT uitgevoerd (zie aPTT).
Het normale plasma bevat adequate concentraties van alle stollingsfactoren. Deze test berust op het feit dat de concentratie van factoren doorgaans onder de 50% van normaal moet vallen, voordat een verlenging van de aPTT valt op te merken. Wanneer sprake is van een enkele factordeficiëntie, zal een menging van 1+1 leiden tot een adequate suppletie van factoren (alle factoren >50%) en dus een correctie van de APTT. In overleg met het laboratorium kunnen ook andere mengverhoudingen worden ingezet.
Het mengsel wordt na mengen direct gemeten én na 1-2 uur incubatie bij 37°C. De incubatie is nodig omdat sommige remmers tijd nodig hebben om hun remmende werking te bewerkstelligen. De langere incubatieperiode controleert daarmee op tijdsafhankelijke remmers.
De combinatie van de aPTT uitslag na direct mengen en na 2 uur incuberen maken interpretatie mogelijk (zie Interpretatie(s)).
Therapeutische anticoagulantia zoals ongefractioneerde of laag moleculair gewicht heparines en directe werkende orale anticoagulantia acteren als remmer en dienen gestopt te worden voor iets gezegd kan worden over de aanwezigheid van niet-therapeutische remmers.